BLOG: Wij wonen hier – Opgroeien in Rotterdam Zuid

BLOG: Wij wonen hier – Opgroeien in Rotterdam Zuid
5 juni 2015 LeefRotterdam

 

Afbeelding1

Jarrone Muskiet (24)

Jarrone Muskiet (24) is geboren en getogen ‘op Zuid’. Zijn moeder kwam als negenjarig meisje vanuit Suriname naar Nederland. Thuis en op school was hij opstandig. Verschillende keren zat hij vast, voor inbraken of drugshandel. “We probeerden te overleven.” Nu probeert hij als jongerenwerker een voorbeeldrol te vervullen in de wijk. “Het is helemaal niet stoer om op de hoek te staan en bolletjes te verkopen.”

Helderheid
In 2004 overlijdt Jarrone’s oudere broer Breyten op 25-jarige leeftijd in zijn slaap. Een groot verlies, niet alleen voor zijn familie, maar ook voor de wijk en de Nederlandse muziekwereld.

Breyten, beter bekend als Helderheid, was een van de eerste Nederlandstalige rappers. Hij stond op albums samen met Def Rhymz en Extince. “Hij was eigenlijk een soort Nederlandse Notorious B.I.G.”, zei Kees de Koning van platenlabel TopNotch na zijn overlijden.

Je broer overleed in zijn slaap toen je 14 was.
“Dat heeft mijn hele leven veranderd. Het heeft alles op zijn kop gezet. Toen ik veertien was, voetbalde ik op hoog niveau. Toen mijn broer overleed, ben ik daar niet meer zo serieus mee omgegaan. Ik ging andere dingen doen om mijn verdriet te verwerken. Toen ben ik het criminele pad op opgegaan.”

Waar moet ik dan aan denken?
“Dingen doen om aan je brood te komen.”

Inbraken?
“Inbraken, drugshandel. Dat soort dingen. In deze buurt zijn dat soort dingen normaal. Ik werk nu bij een jongereninstelling. De meeste van mijn collega’s komen niet uit dit soort wijken. Voor hen is het soms shockerend wat jongens doen om hun dag door te komen. Om aan eten te komen.”

Waarom is dat hier noodzakelijk? Je kunt toch ook gewoon werken?
“Er is geen werk! Het grootste gedeelte van de mensen hier in de wijk zit in de uitkering. Veel vinden dat ook niet erg, omdat ze zich beseffen: het is hartstikke moeilijk om hier aan een baan te komen of iets te bereiken als allochtoon. Daarom gaan mensen andere dingen doen.

Natuurlijk willen de ouders van die jongens niet dat hun zonen gaan inbreken. Maar ze hebben geen andere opties. Hun moeder zit in de uitkering. Ze heeft geen man. De ijskast is leeg. Ze heeft drie kinderen. Wat moet je doen? Hij komt tenminste nog met iets thuis.

Mensen kiezen er niet bewust voor wanneer ze ’s ochtends wakker worden: weet je wat, ik wil crimineel worden. Je doet het vanuit een honger. Een wil naar meer. Veel jongens hier in de wijk kunnen hartstikke goed voetballen, taiboksen. Maar er zijn te weinig middelen om die jongens te bereiken en ze te ontwikkelen tot professionals.”


“Mensen kiezen er niet bewust voor wanneer ze ’s ochtends wakker worden:
weet je wat,
ik wil crimineel worden.”

Afbeelding2

Graffititekening op het Helderheidplein in Feijenoord, vernoemd naar Jarrones broer

Ommekeer
In 2010 zat Jarrone Muskiet in de gevangenis van Lelystad. Dat was zijn ommekeer. Hij besloot zijn verleden in te zetten om jongeren te helpen. Hij ging rapworkshops geven en vertelde zijn verhaal voor de klas.

“Ik deed dat om jongens te laten zien: het is helemaal niet stoer om op de hoek te staan en bolletjes te verkopen. Het is helemaal niet stoer om in te breken. Als je straks een eigen huis hebt, wil je ook niet dat mensen in jouw huis komen inbreken.”

Kun je ze dan wel overtuigen? Je hebt het zelf ook gedaan.
“Moeilijk. Nog steeds hebben jongens altijd argwaan. Dan leg ik ze uit: het is niet makkelijk praten. Het is willen. Je moet je mind veranderen. Ja, het is harder knokken dan voor iemand die uit Barendrecht komt met een blanke huidskleur. Dat weten we nu wel.”


Wederzijdse interesse
In groep drie van de basisschool werd Jarrone naar een andere school overgeplaatst. Zijn middelbare school maakte hij niet af, net zomin als de MBO-opleiding Sport en Beweging. Deels wijt hij dat aan zijn dwarse karakter. Maar ook deels aan het onderwijssysteem.

“Ik vind dat leraren zich moeten verdiepen in de cultuur waar zijn leerlingen vandaan komen. Als jij een klas hebt waarin zeventig procent van de kinderen allochtoon is en ze zijn aan het vasten, vind ik dat je als leraar minimaal een dagje kunt mee-vasten. Je hoeft geen moslim te worden. Maar je kan wel begrip tonen voor waar die jongens vandaan komen.

Wat hadden jouw leraren over Suriname moeten weten?
“Ik had graag een wederzijdse interesse gezien. Waar kom je vandaan? Waarom heb je geen vader? Hoe ga je daarmee om? Niemand vroeg dat op school. Op vaderdag maakte de helft van mijn klas een cadeautje voor zijn moeder, zijn broertje, zijn oom. Maar er is nooit een dag geweest bij mij op school om daarover te praten. Hoe ga je ermee om dat je zonder vader opgroeit?

Ik heb een band met de kinderen hier in de buurt. Ze komen met mij praten, ik koop wat te drinken voor ze, ik vraag hoe het met ze gaat, ik eet een Turkse pizza met ze. Omdat ik wil dat ze mij als voorbeeld zien. Hun juffen en meesters fietsen gewoon voorbij. Die zijn al met hun hoofd ergens anders.”

‘Met je vader ingebroken’
Bijna twee jaar geleden werd Muskiet vader. Samen met zijn Surinaamse vriendin woont hij sinds kort in dezelfde Feijenoordse straat als zijn moeder.

Je zoontje gaat ook opgroeien in deze wijk. Hoe zie je dat voor je?
“Ik wil dat hij hier opgroeit. Dat hij de verschillen in culturen ziet. Dat hij ook leert om geen onderscheid te maken tussen zwart, geel, groen. Dat we allemaal gewoon mensen zijn. Dat wil ik hem in deze wijk meegeven.

Veel mensen zeggen: je moet naar een andere wijk gaan. Waar hij niet beïnvloed kan worden, waar hij zich kan focussen. Ik zeg dan: dat heeft niet te maken met deze wijk, dat heeft te maken met opvoeding. Ik vind dit een prachtige wijk.”

Je vertelde net ook: het is in een wijk als dit heel makkelijk om die keuzes te maken.
“Dat wel. Maar daar moet ik als ouder gewoon voor zorgen.”

Maar hoe doe je dat? Hij gaat toch op straat spelen, vrienden maken?
“Ik ga met hem praten. Ik ga hem dingen leren. Op een gegeven moment gaat hij zijn eigen keuzes maken. Als hij besluit het verkeerde kant op te gaan, dan is dat zijn keuze. Maar ik zal er alles aan doen om hem duidelijk te maken dat dat soort dingen niet goed zijn om te doen. Dat er andere opties zijn. Dat het niet nodig is.”

Zal je hem vertellen dat je zelf ook foute keuzes hebt gemaakt?
“Natuurlijk. Dat moet hij weten. Daar moet hij van leren. Ik wil niet dat hij van een ander moet horen: ik heb vroeger met je vader ingebroken. Ik wil hem zelf vertellen: dat soort dingen deed ik, maar niet om stoer te doen. Ik deed dat omdat er geen geld was.

Wij hebben nou eenmaal een grote stempel hier in de wijk. Iedereen kent ons, er is een plein naar mijn broer vernoemd. Dus ik kan niet zomaar weg uit deze wijk. Ik hoor hier. Wij horen hier.”